Gepubliceerde uitspraken
Index van openbaar gepubliceerde uitspraken van de Rechtspraak, met het gerecht en de rechters en advocaten die in de uitspraak genoemd worden. Van elke zaak tonen we de metadata en de inhoudsindicatie; de volledige uitspraak lees je bij de bron.
Uitspraken met mr. J.L. Stoop
7 uitspraken · nieuwste eerst · pagina 1 van 1
Bij besluit van 17 januari 2023 heeft de burgemeester van Sittard-Geleen besloten dat de woning aan de [locatie] in Sittard op 3 februari 2023 voor drie maanden wordt gesloten op grond van artikel 13b van de Opiumwet. [appellant A] en [appellant B] huren een woning aan de [locatie] in Sittard. Naar aanleiding van een melding heeft de politie op 14 oktober 2022 in de woning onder meer softdrugs aangetroffen. De burgemeester heeft [appellant A] en [appellant B] op 17 januari 2023 een last onder bestuursdwang opgelegd op grond van artikel 13b van de Opiumwet, inhoudende de tijdelijke sluiting van de woning voor drie maanden ingaande op 3 februari 2023. De Afdeling begrijpt dit besluit zo dat als [appellant A] en [appellant B] binnen de begunstigingstermijn van twee weken niet zelf aan de last voldoen, op 3 februari 2023, of kort daarna, de burgemeester middels bestuursdwang zelf overgaat tot sluiting van de woning. De voorgenomen sluiting is niet doorgegaan en daarom heeft de burgemeester bij brief van 29 maart 2023 besloten dat de woning op 6 april 2023 voor drie maanden wordt gesloten.
Bij besluit van 12 december 2024 heeft de raad van de gemeente Sittard-Geleen het bestemmingsplan "Kasteel Limbricht en omgeving" gewijzigd vastgesteld. Het plangebied ligt ten noordoosten van de kern Limbricht, langs beide zijden van de Allee. Het plangebied omvat het landgoed Kasteel Limbricht met het kasteel, de omliggende gronden en ten zuiden van de spoorweg het monumentale pand aan Platz 1. Met het gewijzigde plan wordt beoogd de verleende omgevingsvergunningen voor Kasteel Limbricht vast te leggen, waarbij enkele beperkingen worden opgelegd met betrekking tot het aantal slaapplaatsen en het aantal bezoekers in het geval van evenementen. Daarnaast wordt met het plan het maximum aantal evenementen uitgebreid en wijzigt de bestemming van Platz 1 van "Dienstverlening" naar "Horeca" met de aanduiding "horeca van categorie 5". De bestemming van het terrein ten oosten van het kasteel wijzigt van "Sport" naar "Verkeer - Verblijfsgebied", waarbij de openbare parkeerplaats wordt uitgebreid. Op het landgoed De Lemborgh ten zuidoosten van het kasteel, aan de andere kant van de Allee, wordt beoogd een kasteeltuin en een multifunctioneel gebouw te ontwikkelen. Deze gronden krijgen de bestemming "Groen". Het daarop liggende bestaande bouwvlak krijgt onder meer de aanduiding "horeca tot en met categorie 4", waarmee wordt beoogd om binnen het bouwvlak het multifunctioneel gebouw te ontwikkelen. Het plan maakt een gebouw mogelijk met een grondoppervlakte van 3.500 m², een maximum bouwhoogte van 11 m en een maximum goothoogte van 6 m. Ook mogen de gronden met de bestemming "Groen" voor terrassen worden gebruikt. Het overige gedeelte van het terrein wordt evenemententerrein, waarvan een deel zal worden gebruikt als overloopparkeerplaats.
Bij besluit van 9 november 2023 heeft de raad het bestemmingsplan "Cartierheide" vastgesteld.Op 1 januari 2024 zijn de Omgevingswet en de Invoeringswet Omgevingswet in werking getreden. Op grond van artikel 4.6, derde lid, van de Invoeringswet Omgevingswet blijft op een beroep tegen een besluit tot vaststelling van een bestemmingsplan waarvan het ontwerp vóór het tijdstip van inwerkingtreding van de Omgevingswet ter inzage is gelegd het recht zoals dat gold onmiddellijk vóór dat tijdstip van toepassing tot het bestemmingsplan onherroepelijk is. Het ontwerpplan is op 31 maart 2023 ter inzage gelegd. Dat betekent dat op deze beroepsprocedure het recht, waaronder de Wet ruimtelijke ordening (Wro), zoals dat gold vóór 1 januari 2024 van toepassing blijft.
Onteigeningwet (oud). Vaststellen schadeloosstelling voor bloot eigenaar enerzijds en erfpachter anderzijds. Deskundigenadvies grotendeels gevolgd, op advies over inkomensschade na welke volgens de rechtbank niet apart voor vergoeding in aanmerking komt. Inkomensschade moet worden geacht te zijn vervat in de vergoeding voor de waarde in de zin van: de werkelijke waarde van het onteigende en de waardevermindering van het overblijvende. De waarde is gelegen in respectievelijk het bloot eigendom en het erfpachtrecht en bij de begroting daarvan is gebruik gemaakt van de DCF-methode. Toekenning van een vergoeding voor inkomensschade naast de vergoeding voor de waarde van het onteigende, zou in dit geval neerkomen op een dubbeltelling. Negatieve waarde van het recht van erfpacht leidt tot extra schade. Vergoeding opstal komt toe aan erfpachter.
Weigering van een omgevingsvergunning vanwege strijd met een voorbeschermingsregel uit het ‘’ (TAM-voorbereidingsbesluit). De rechtbank komt tot het oordeel dat het college de afwijzing van de aanvraag ten onrechte heeft gebaseerd op artikel 2, aanhef en onder a van het TAM-voorbereidingsbesluit. Dit artikel is namelijk onverbindend vanwege strijd met artikel 4.14, derde lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet. Toch laat de rechtbank de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand, omdat de afwijzing óók is gebaseerd op artikel 2, aanhef en onder b van het TAM-voorbereidingsbesluit. De aangevraagde buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) is daarmee in strijd. Artikel 8.0b, tweede lid, aanhef en onder b van het Besluit kwaliteit leefomgeving bepaalt dwingendrechtelijk dat de omgevingsvergunning wordt geweigerd.
Verlening van omgevingsvergunningen voor woningen / appartementen op grond van artikel 5.1, tweede lid, onder a, van de Omgevingswet (de technische bouwactiviteit) en artikel 5.1, eerste lid, onder a, van de Omgevingswet (de omgevingsplanactiviteit / binnenplanse afwijking). De rechtbank is van oordeel dat verweerder voor zover het de goothoogte en de hoogte van de bergingen betreft gebruik mocht maken van de afwijkingsbevoegdheid uit artikel 7 van het bestemmingsplan. De rechtbank is niet gebleken van een onevenredige aantasting van het woon- en leefklimaat van eiseres. Het relativiteitsvereiste staat eraan in de weg dat de beroepsgrond van eiseres over bodemverontreiniging / de daarbij aangevoerde zorgplicht tot een vernietiging kan leiden. Het beroep van eiseres is ongegrond.
Procesbelang. Demonstratierecht. De rechtbank is niet gebleken dat eisers procesbelang hebben. Zij zijn het namelijk niet oneens met (de rechtsgevolgen van) het besluit – namelijk het toestaan van de demonstratie onder vooraf gezamenlijk afgestemde voorwaarden – en de rechtbank is ook niet gebleken dat een beoordeling daarvan van belang is voor toekomstige demonstraties. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk.
Deze index komt uit de open data van de Rechtspraak (uitspraken.rechtspraak.nl). Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd, met een link naar de volledige uitspraak bij de bron. Rechterspagina's zijn een registratie van publicaties, geen beoordeling. Klopt er iets niet?
