Gepubliceerde uitspraken
Index van openbaar gepubliceerde uitspraken van de Rechtspraak, met het gerecht en de rechters en advocaten die in de uitspraak genoemd worden. Van elke zaak tonen we de metadata en de inhoudsindicatie; de volledige uitspraak lees je bij de bron.
Uitspraken met mr. G.H.P. Buren
9 uitspraken · nieuwste eerst · pagina 1 van 1
Voorlopige voorziening, uitspraak op beroep, vovo afgewezen
AMbVo Italië, interstatelijk vertrouwensbeginsel, beroep gegrond
De voorzieningenrechter wijst bij afweging van alle betrokken belangen het verzoek om een voorlopige voorziening toe. Het draait in deze zaak vooral om de vraag of de noodzakelijke medische zorg en de benodigde behandeling in Pakistan voor verzoeker feitelijk toegankelijk is. Volgens de minister ligt de bewijslast hiervoor in de eerste plaats bij verzoeker. Gelet op de aanhangige prejudiciële vraag van de zittingsplaats Roermond over de bewijslastverdeling voor de feitelijke toegankelijkheid en gelet op de ernst van de medische problematiek die verzoeker heeft en de conclusie van het Bureau medische advisering dat bij het uitblijven van medische zorg een medische noodsituatie zal ontstaan, alsmede het feit dat verzoeker bij een toegewezen verzoek hangende beroep recht op opvang (en zijn daaraan gekoppelde zorgverzekering) behoudt, concludeert de voorzieningenrechter dat verzoeker een zwaarwegend belang heeft bij toewijzing van zijn verzoek.
BNT asiel
Bij besluit van 7 juli 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.
Artikel 18 en 19, Terugtrekkingsakkoord; artikel 7, eerste lid, Verblijfsrichtlijn Verweerder heeft een melding van de gemeente ontvangen dat eiser, samen met zijn echtgenote, met ingang van 26 juli 2022 een bijstandsuitkering naar de gehuwdennorm op grond van de Participatiewet ontvangt. Naar aanleiding van deze melding heeft verweerder nader onderzoek verricht naar de rechtmatigheid van eisers verblijf. Bij het primaire besluit heeft verweerder vastgesteld dat eiser nooit rechtmatig verblijf op grond van artikelen 18 en 19 van het Terugtrekkingsakkoord heeft gehad en meegedeeld dat het aan eiser afgegeven verblijfsdocument wordt ingenomen. In het bestreden besluit heeft verweerder dit standpunt gehandhaafd. Ter zitting heeft verweerder, desgevraagd, toegelicht dat eiser in de periode van 15 oktober 2020 (de datum van zijn binnenkomst in Nederland) tot en met 15 januari 2021 voldeed aan de voorwaarden voor rechtmatig verblijf overeenkomstig artikel 6, eerste lid, van de Verblijfsrichtlijn. Dit betekent dat eiser tot en met 15 januari 2021 rechtmatig verblijf had op grond van het Terugtrekkingsakkoord. De vaststelling in het bestreden besluit dat eiser nooit rechtmatig verblijf heeft gehad op grond van het Terugtrekkingsakkoord is volgens de rechtbank in zoverre dan ook niet juist. De rechtbank volgt verweerder echter wel in zijn standpunt dat eiser na 15 januari 2021 niet voldeed aan de voorwaarden van (voortgezet) rechtmatig verblijf overeenkomstig artikel 7, eerste lid, van de Verblijfsrichtlijn. Dit betekent dat eiser zijn rechtmatig verblijf overeenkomstig het Unierecht na 15 januari 2021 niet heeft voortgezet en dat hij daarom vanaf dat moment geen rechtmatig verblijf meer had op grond van het Terugtrekkingsakkoord. Verder oordeelt de rechtbank dat verweerder zich niet ten onrechte en deugdelijk gemotiveerd op het standpunt heeft gesteld dat het algemeen belang bij verwijdering van eiser uit Nederland zwaarder weegt dan het belang van eiser bij het voortzetten van zijn verblijf in Nederland. Ook heeft verweerder de belangenafweging in het kader van artikel 8 van het EVRM niet ten onrechte in het nadeel van eiser en zijn gezin laten uitvallen. Gezien het voorgaande vernietigt de rechtbank het bestreden besluit voor zover verweerders vaststelling daarin dat eiser geen rechtmatig verblijf op grond van het Terugtrekkingsakkoord heeft gehad ziet op de periode tot en met 15 januari 2021. De rechtbank voorziet zelf in de zaak door het bezwaar in zoverre gegrond te verklaren, het primaire besluit in zoverre te herroepen en vast te stellen dat eiser tot en met 15 januari 2021 rechtmatig verblijf op grond van het Terugtrekkingsakkoord heeft gehad. De uitspraak treedt in de plaats van het vernietigde deel van het bestreden besluit. Voor het overige laat de rechtbank het bestreden besluit in stand.
VA Jemen, beroep gegrond
Asiel; Syrië; vrees voor vervolging vanwege problemen van zus niet aannemelijk; relatief lager niveau van willekeurig geweld voldoende gemotiveerd; motiveringsgebrek bij 3 EVRM-beoordeling; humanitaire omstandigheden hoeven niet 'doelbewust' te worden veroorzaakt; beroep gegrond en rechtsgevolgen in stand gelaten.
asiel. beroep niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk. beroep gegrond tegen besluit en vernietigt bestreden besluit. griekse statushouder. asielrelaas: gedwongen besnijdenis en de uithuwelijking en de hieruit voortvloeiende problemen. zwaarwegendheid: alleenstaande vrouw en besnijdenis. rechtsgevolgen die zien op de afwijzing van de asielaanvraag blijven in stand. draagt verweerder op uitkomst van zijn beoordeling te delen met de griekse autoriteiten en te beoordelen wat de reactie van de Griekse autoriteiten hierop betekent vooor een eventueel te nemen terugkeerbesluit.
Deze index komt uit de open data van de Rechtspraak (uitspraken.rechtspraak.nl). Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd, met een link naar de volledige uitspraak bij de bron. Rechterspagina's zijn een registratie van publicaties, geen beoordeling. Klopt er iets niet?
