ECLI:NL:RBDHA:2026:29708
Rechtbank Den Haag · 06-10-2026 · zaaknummer NL26.25038
Inhoudsindicatie
De voorzieningenrechter wijst bij afweging van alle betrokken belangen het verzoek om een voorlopige voorziening toe. Het draait in deze zaak vooral om de vraag of de noodzakelijke medische zorg en de benodigde behandeling in Pakistan voor verzoeker feitelijk toegankelijk is. Volgens de minister ligt de bewijslast hiervoor in de eerste plaats bij verzoeker. Gelet op de aanhangige prejudiciële vraag van de zittingsplaats Roermond over de bewijslastverdeling voor de feitelijke toegankelijkheid en gelet op de ernst van de medische problematiek die verzoeker heeft en de conclusie van het Bureau medische advisering dat bij het uitblijven van medische zorg een medische noodsituatie zal ontstaan, alsmede het feit dat verzoeker bij een toegewezen verzoek hangende beroep recht op opvang (en zijn daaraan gekoppelde zorgverzekering) behoudt, concludeert de voorzieningenrechter dat verzoeker een zwaarwegend belang heeft bij toewijzing van zijn verzoek.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
