Gepubliceerde uitspraken
Index van openbaar gepubliceerde uitspraken van de Rechtspraak, met het gerecht en de rechters en advocaten die in de uitspraak genoemd worden. Van elke zaak tonen we de metadata en de inhoudsindicatie; de volledige uitspraak lees je bij de bron.
Uitspraken met mr. E.E.W.J. Maessen
5 uitspraken · nieuwste eerst · pagina 1 van 1
Doodslag door onder invloed van alcohol en cocaïne in 2022 in Epe een vriend in diens woning meerdere keren met mes in zijn hoofd, nek, borstkas en armen te steken, art. 287 Sr. TBS met dwangverpleging opgelegd. HR: art. 80a RO, zonder schriftelijk standpunt AG.
Mishandeling van ambtenaar door verpleegkundige van zorginstelling (met kracht) meermalen tegen haar gezicht te slaan, art. 300.1 jo. art. 304.1.3 Sr. Kan verpleegkundige die werkzaam was in zorgstelling voor verplichte en gedwongen zorg, waar verdachte was opgenomen o.g.v. zorgmachtiging i.h.k.v. Wvggz, worden aangemerkt als ‘ambtenaar’ a.b.i. art. 304.1.3 Sr? Term ‘ambtenaar’ in art. 304.1.3 Sr moet zo worden uitgelegd dat daaronder ook is begrepen degene die onder toezicht en verantwoording van overheid is aangesteld in functie waaraan openbaar karakter niet kan worden ontzegd (vgl. HR:2009:BJ6793). Hof heeft vastgesteld dat in bewezenverklaring bedoelde verpleegkundige t.t.v. bewezenverklaard feit werkzaam was in zorginstelling voor verplichte en gedwongen zorg, waar verdachte was opgenomen o.g.v. zorgmachtiging i.h.k.v. Wvggz. Hof heeft hiervoor weergegeven toetsingskader tot uitgangspunt genomen en geoordeeld dat verpleegkundige kan worden aangemerkt als ‘ambtenaar’ a.b.i. art. 304.1.3 Sr. Hof heeft daartoe o.m. overwogen dat verplichte en gedwongen zorg van persoon die o.g.v. rechterlijke beslissing i.h.k.v. Wvggz is opgenomen in zorginstelling een overheidstaak is en dat inhoud en reikwijdte van taken van verpleegkundigen die deze taak uitvoeren i.h.k.v. Wvggz van overheidswege zijn bepaald. Hof heeft verder bij zijn oordeel betrokken dat werkzaamheden van die verpleegkundigen worden uitgevoerd onder toezicht en controle van Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd, die over vergaande bevoegdheden beschikt betreffende bestuur van en toezicht op zorginstelling waar die taak wordt uitgevoerd. Dit oordeel getuigt niet van onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk. Volgt verwerping.
Medeplegen opzettelijke invoer van grote hoeveelheid hennep (ongeveer 125 kilogram) vanuit Spanje (art. 3.A jo. 11.4 en 11.5 Opiumwet) en medeplegen witwassen van geldbedrag (€ 120.250) (art. 420bis.1.b Sr). 1. Bewijsklacht invoer van hennep t.a.v. opzet. Kan uit bewijsvoering worden afgeleid dat verdachte wist dat verdovende middelen vanuit Spanje binnen grondgebied van Nederland zijn gebracht? 2. Kwalificatieklacht witwassen, beroep op kwalificatie-uitsluitingsgrond. Kon hof het bewezenverklaarde kwalificeren als witwassen, nu geldbedrag, dat verdachte heeft verworven en voorhanden heeft gehad, onmiddellijke opbrengst vormde van (mede) door hem zelf begaan misdrijf? HR: art. 81.1 RO.
Voorhanden hebben van vuurwapens en munitie (art. 26.1 WWM) en aanwezig hebben van amfetamine en GHB (art. 2.C Opiumwet). Ontvankelijkheid cassatieberoep, art. 432.1.c Sv. Kan uit mededeling van niet gemachtigde raadsman worden afgeleid dat verdachte tevoren bekend was met dag van tz.? In art. 432.1.c Sv is bepaald dat cassatieberoep moet worden ingesteld binnen 14 dagen na einduitspraak als zich omstandigheid heeft voorgedaan waaruit voortvloeit dat dag van tz. of van nadere tz. verdachte tevoren bekend was. Volgens p-v van tz. in hoger beroep van 11-7-2024 heeft raadsman van verdachte daar medegedeeld dat hij verdachte dag voor die tz. heeft gesproken, dat verdachte groot belang heeft bij behandeling van zijn strafzaak, maar dat verdachte werkt als steigerbouwer en geen vrij kan krijgen van zijn werk. Daaruit moet worden afgeleid dat verdachte met dag van tz. van hof van 11-7-2024 tevoren bekend was. Daarom had o.g.v. art. 432.1.c Sv cassatieberoep moeten worden ingesteld binnen 14 dagen na einduitspraak van hof van 25-7-2024. Beroep is echter pas ingesteld op 4-12-2024. Dit brengt mee dat HR het cassatieberoep niet in behandeling kan nemen. Verdachte n-o.
Ontucht met 11-jarige/15-jarige jongen door 35-jarige/40-jarige verdachte, meermalen gepleegd (art. 247 (oud) Sr), door geven van geldbedragen bewegen van minderjarige tot plegen van ontuchtige handelingen, meermalen gepleegd (art. 248a (oud) Sr) en gewoonte maken van verspreiden, aanbieden, verwerven en in bezit hebben van kinderporno en zich daartoe toegang verschaffen (art. 240b (oud) Sr). 1. Toelaatbaarheid bijzondere voorwaarde (contactverbod), art. 14c Sr. Kon hof bijzondere voorwaarde stellen dat verdachte geen contact “heeft” met slachtoffer, nu naleving daarvan niet onder alle omstandigheden afhankelijk is van gedrag van verdachte? 2. Vordering benadeelde partij. Toewijzing reiskosten als materiële schade en aanvangsdatum van wettelijke rente over toegewezen bedrag (€ 80,81). Belang bij cassatie gelet op proceshouding in hoger beroep? 3. Vordering b.p. Veroordeling verdachte in proceskosten (reiskosten naar advocaat-gemachtigde en reiskosten voor bijwonen van tz. in eerste aanleg) van b.p. (€ 44,20). Belang bij cassatie? Ad 1. Hof heeft bij stellen van bijzondere voorwaarde dat verdachte op geen enkele wijze (direct of indirect) contact “heeft of zoekt” met slachtoffer, kennelijk willen aansluiten bij de in art. 14c2.5 Sr omschreven voorwaarde. Beslissing van hof moet daarom zo worden verstaan dat hof als bijzondere voorwaarde heeft gesteld dat verdachte geen contact zal leggen of laten leggen met slachtoffer. Verdachte heeft daarom geen belang bij klacht. Ad 2. en 3. Uit procesverloop kan worden afgeleid dat verdediging zich op tz. in h.b. niet alleen uitdrukkelijk niet heeft verzet tegen de door Rb genomen beslissingen op vordering b.p. (welke beslissingen identiek zijn aan die van hof in bestreden arrest) maar ook te kennen heeft gegeven dat verdachte bereid is om naast toegewezen schadevergoeding € 5.000 als compensatie aan b.p. te betalen. Tegen deze achtergrond blijkt niet dat verdachte voldoende belang heeft bij vernietiging van uitspraak van hof. Volgt verwerping. CAG: anders t.a.v. vordering b.p.
Deze index komt uit de open data van de Rechtspraak (uitspraken.rechtspraak.nl). Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd, met een link naar de volledige uitspraak bij de bron. Rechterspagina's zijn een registratie van publicaties, geen beoordeling. Klopt er iets niet?
