Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handenPlace4Law
Openbare bron · Rechtspraak.nl

Gepubliceerde uitspraken

Index van openbaar gepubliceerde uitspraken van de Rechtspraak, met het gerecht en de rechters en advocaten die in de uitspraak genoemd worden. Van elke zaak tonen we de metadata en de inhoudsindicatie; de volledige uitspraak lees je bij de bron.

20000uitspraken
2174rechters
Zoeken & filteren
Wis filters

Uitspraken met mr. A.J. de Heer

3 uitspraken · nieuwste eerst · pagina 1 van 1

Rechtbank Rotterdam29-09-2026

Deze uitspraak gaat over de bestuurlijke boete van € 20.000,- die DNB eiser heeft opgelegd. Volgens DNB heeft eiser feitelijk leidinggegeven aan een overtreding van de Wet toezicht trustkantoren 2018 (Wtt 2018) door zonder een vergunning voor dezelfde rechtspersonen werkzaamheden te verrichten die zijn gericht op het ter beschikking stellen van een post- of bezoekadres en op het verrichten van aanvullende werkzaamheden (trustdienst b), het zogenoemde “opknipverbod”. Dat staat in artikel 3, vierde lid, aanhef en onder b, van de Wtt 2018. Eiser is het niet met deze boete eens. Volgens eiser blijkt uit de wetsgeschiedenis van de Wtt 2018 dat het opknipverbod niet voor de situatie geldt waarbij een cliënt alleen naar andere partijen wordt doorverwezen voor het verrichten van onderdelen van trustdienst b. Ook blijkt volgens eiser uit de wetsgeschiedenis dat er een inhoudelijke verwevenheid moet zitten tussen de partijen die deze onderdelen verrichten. Verder doet eiser een beroep op afwezigheid van alle schuld en stelt hij dat boeteoplegging onevenredig is. Volgens eiser had DNB hem er eerder op moeten wijzen dat hij in strijd met de wet handelde en had DNB hem moeten informeren over de invulling die DNB aan het opknipverbod geeft. Door dit niet te doen verkeerde hij in de overtuiging dat hij geen overtreding beging. Daarnaast stelt eiser dat de boete te hoog is, omdat de overtreding niet ernstig is, de overtreding hem niet te verwijten is, DNB de mate van eisers medewerking en transparantie onvoldoende heeft meegewogen en de hoogte niet in verhouding staat met de omzet van het bedrijf waaraan hij leiding gaf. De rechtbank komt in deze uitspraak tot de beslissing dat het beroep gegrond is, maar alleen omdat de behandeling van eisers zaak langer heeft geduurd dan wat redelijk is. De rechtbank verlaagt de boete daarom naar € 19.000,-. Verder krijgt eiser geen gelijk. Volgens de rechtbank blijkt uit de wetsgeschiedenis juist dat eisers situatie onder het opknipverbod valt. Ook hanteert DNB geen van de wet afwijkende eigen invulling van het opknipverbod, is het eisers eigen verantwoordelijkheid om van de wet- en regelgeving op de hoogte te zijn en had eiser van de wettelijk uitleg van het opknipverbod ook daadwerkelijk op de hoogte kunnen zijn. Daarnaast gaat het volgens de rechtbank om een ernstige en verwijtbare overtreding en ziet de rechtbank geen reden om de boete verder te verlagen.

ECLI:NL:RBROT:2026:12590Bekijk zaak
Rechtbank Den Haag22-09-2026

beroep niet-ontvankelijk. De minister heeft alsnog een besluit genomen. Gesteld noch gebleken is dat eiser nog belang heeft bij het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit. Wel proceskosten voor indiening beroep.

ECLI:NL:RBDHA:2026:27704Bekijk zaak
Rechtbank Den Haag22-09-2026

tussenuitspraak. Besluit is gebrekkig omdat met horen en beslissen onvoldoende rekening is gehouden met medische beperkingen zoals naar voren komt uit het FMO-rapport en het referentiekader van eiser. De rechtbank toetst vervolgens met toepassing van de arresten Quotal en Ebilum de gestelde homoseksuele geaardheid en de gestelde problemen als gevolg daarvan vol en acht ze geloofwaardig. De rechtbank gaat ook in op de tegenwerpingen van de minister op die onderdelen. De rechtbank stelt de minister in de gelegenheid alsnog een zwaarwegendheidsbeoordeling te maken. De minister dient een actuele en toekomstgerichte risicoschatting te maken van eisers vrees voor vervolging of ernstige schade. Daarbij dient de minister te betrekken dat in Mali homoseksualiteit sinds december 2024 wettelijk strafbaar is gesteld en dat eiser met openbare bronnen onderbouwd heeft dat de autoriteiten al vóór de wettelijke strafbaarstelling weigerden in te grijpen in gevallen van ‘corrigerende straffen en verkrachtingen’. Ook dient de minister te betrekken dat eiser heeft onderbouwd dat, omdat homofobe houding in het hele land overheerst, het onwaarschijnlijk is dat in Mali een vestigingsalternatief is voor LHBTI’s. De minister dient bij deze beoordeling ook de actuele algemene veiligheidssituatie in Mali en in het bijzonder [plaats 3] te betrekken en alles wat eiser in dat kader in beroep heeft aangevoerd. Als de minister hierover niet binnen de afzienbare tijd duidelijkheid kan verschaffen, dient de minister eiser bij die risicoschatting het voordeel van de twijfel te geven.

ECLI:NL:RBDHA:2026:27701Bekijk zaak

Deze index komt uit de open data van de Rechtspraak (uitspraken.rechtspraak.nl). Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd, met een link naar de volledige uitspraak bij de bron. Rechterspagina's zijn een registratie van publicaties, geen beoordeling. Klopt er iets niet?