Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handenPlace4Law
Openbare bron · Rechtspraak.nl

Gepubliceerde uitspraken

Index van openbaar gepubliceerde uitspraken van de Rechtspraak, met het gerecht en de rechters en advocaten die in de uitspraak genoemd worden. Van elke zaak tonen we de metadata en de inhoudsindicatie; de volledige uitspraak lees je bij de bron.

45000uitspraken
2901rechters
Zoeken & filteren
Wis filters

Uitspraken met mr. A. Habib-Portier

8 uitspraken · nieuwste eerst · pagina 1 van 1

Rechtbank Den Haag23-09-2026

BNT – asiel – gegrond – kruisjesformulier – samenhang

ECLI:NL:RBDHA:2026:28167Bekijk zaak
Rechtbank Den Haag03-09-2026

grensdetentie - art. 6, derde lid - beroep ongegrond

ECLI:NL:RBDHA:2026:25359Bekijk zaak
Rechtbank Den Haag01-09-2026

eerste beroep bewaring - 59a - beroep ongegrond

ECLI:NL:RBDHA:2026:25363Bekijk zaak
Raad van State24-06-2026

Bij brief van 7 mei 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid appellant in kennis gesteld van zijn besluit om de overdrachtstermijn met twaalf maanden te verlengen (het verlengingsbesluit).

ECLI:NL:RVS:2026:3562Bekijk zaak
Raad van State16-06-2026

Bij besluit van 22 september 2023 heeft het COA de hoogte van de eigen bijdrage van appellant in de kosten van de opvang vastgesteld op € 3.183,62. Bij uitspraak van 27 mei 2025 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. A. Habib-Portier, advocaat in Oss, hoger beroep ingesteld.

ECLI:NL:RVS:2026:3442Bekijk zaak
Rechtbank Den Haag18-03-2026

Dublin Polen, procesbelang, herhaald en ingelast, zorgvuldigheid en motiveringsbeginsel, interstatelijk vertrouwensbeginsel, indirect refoulement.

ECLI:NL:RBDHA:2026:21282Bekijk zaak
Rechtbank Den Haag27-05-2025

Beroep tegen vaststelling eigen bijdrage in de kosten van opvang i.v.m. ontvangen dwangsom. Het COa heeft vastgesteld dat eiser een bedrag van € 3.183,62 aan eigen bijdrage in de kosten van zijn opvang is verschuldigd, omdat eiser met de uitbetaling van een dwangsom van € 15.000,– door IND beschikt over eigen vermogen dat hoger is dan de vermogensgrens. Eiser is het daar niet mee eens en voert aan dat hij een deel van de ontvangen dwangsom geschonken heeft aan een goed doel. Onder de stukken bevinden zich ook twee bankafschriften waaruit blijkt dat een overboeking van in totaal € 6.500,- heeft plaatsgevonden. De rechtbank vermoedt dat dit ziet op betalingen waarvan eiser zelf zegt dat hij € 6.500,- heeft ontvangen en de rest via zijn advocaat aan een goed doel heeft geschonken. Van die stukken heeft het COa mogen vinden dat daarmee niet is aangetoond dat aan een goed doel of welk goed doel is geschonken. Daartegen heeft eiser geen gronden aangevoerd. Wat betreft het aangevoerde dat bij de asielaanvraag de IND geen verklaring “geen inkomen en/of vermogen” had laten ondertekenen en dat bij een eventueel rechten- en verplichtingen gesprek met het COa geen tolk aanwezig was en een verklaring door eiser niet werd ondertekend, zodat er voor hem nooit een verplichting in het leven is geroepen om de dwangsom (gedeeltelijk) af te staan (aan het COa), wijst de rechtbank er allereerst op dat deze rechtbank zp Amsterdam in haar uitspraak van 29 maart 2023 al een uitdrukkelijk oordeel heeft gegeven over dit punt. Eiser heeft tegen die uitspraak hoger beroep ingesteld, maar heeft dat hoger beroep weer ingetrokken. Daarmee heeft die uitspraak kracht van gewijsde gekregen. Daarnaast wijst de rechtbank erop dat in de zienswijze Reba van 18 november 2021 (waarop de rechtbank in voornoemde uitspraak ook wijst) staat: “Meneer heeft voorafgaand aan het ontvangen van de dwangsom contact gehad met de advocaat. Hij wist dat hij niet meer vermogen mocht hebben dan een bedrag van ongeveer 6000 euro.” Gelet op het voorgaande kan eiser dan ook niet in zijn stelling worden gevolgd dat er voor hem nooit een verplichting in het leven is geroepen om de dwangsom (gedeeltelijk) af te staan aan het COa.

ECLI:NL:RBDHA:2025:11214Bekijk zaak
Rechtbank Den Haag06-09-2024

Beroepstermijn tegen verlengen uiterste overdrachtstermijn (UOD) bedraagt vier weken, rechtsmiddelenclausule ontbreekt, termijnoverschrijding niet verschoonbaar

ECLI:NL:RBDHA:2024:16335Bekijk zaak

Deze index komt uit de open data van de Rechtspraak (uitspraken.rechtspraak.nl). Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd, met een link naar de volledige uitspraak bij de bron. Rechterspagina's zijn een registratie van publicaties, geen beoordeling. Klopt er iets niet?