ECLI:NL:RBDHA:2025:11214
Rechtbank Den Haag · 27-05-2025 · zaaknummer AWB 23/12393
Inhoudsindicatie
Beroep tegen vaststelling eigen bijdrage in de kosten van opvang i.v.m. ontvangen dwangsom. Het COa heeft vastgesteld dat eiser een bedrag van € 3.183,62 aan eigen bijdrage in de kosten van zijn opvang is verschuldigd, omdat eiser met de uitbetaling van een dwangsom van € 15.000,– door IND beschikt over eigen vermogen dat hoger is dan de vermogensgrens. Eiser is het daar niet mee eens en voert aan dat hij een deel van de ontvangen dwangsom geschonken heeft aan een goed doel. Onder de stukken bevinden zich ook twee bankafschriften waaruit blijkt dat een overboeking van in totaal € 6.500,- heeft plaatsgevonden. De rechtbank vermoedt dat dit ziet op betalingen waarvan eiser zelf zegt dat hij € 6.500,- heeft ontvangen en de rest via zijn advocaat aan een goed doel heeft geschonken. Van die stukken heeft het COa mogen vinden dat daarmee niet is aangetoond dat aan een goed doel of welk goed doel is geschonken. Daartegen heeft eiser geen gronden aangevoerd. Wat betreft het aangevoerde dat bij de asielaanvraag de IND geen verklaring “geen inkomen en/of vermogen” had laten ondertekenen en dat bij een eventueel rechten- en verplichtingen gesprek met het COa geen tolk aanwezig was en een verklaring door eiser niet werd ondertekend, zodat er voor hem nooit een verplichting in het leven is geroepen om de dwangsom (gedeeltelijk) af te staan (aan het COa), wijst de rechtbank er allereerst op dat deze rechtbank zp Amsterdam in haar uitspraak van 29 maart 2023 al een uitdrukkelijk oordeel heeft gegeven over dit punt. Eiser heeft tegen die uitspraak hoger beroep ingesteld, maar heeft dat hoger beroep weer ingetrokken. Daarmee heeft die uitspraak kracht van gewijsde gekregen. Daarnaast wijst de rechtbank erop dat in de zienswijze Reba van 18 november 2021 (waarop de rechtbank in voornoemde uitspraak ook wijst) staat: “Meneer heeft voorafgaand aan het ontvangen van de dwangsom contact gehad met de advocaat. Hij wist dat hij niet meer vermogen mocht hebben dan een bedrag van ongeveer 6000 euro.” Gelet op het voorgaande kan eiser dan ook niet in zijn stelling worden gevolgd dat er voor hem nooit een verplichting in het leven is geroepen om de dwangsom (gedeeltelijk) af te staan aan het COa.
Rechters
Advocaten
- mr. A. Habib-Portier
- mr. R.P.G. Bel
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
