Gepubliceerde uitspraken
Index van openbaar gepubliceerde uitspraken van de Rechtspraak, met het gerecht en de rechters en advocaten die in de uitspraak genoemd worden. Van elke zaak tonen we de metadata en de inhoudsindicatie; de volledige uitspraak lees je bij de bron.
Uitspraken met mr. C.F. Wassenaar
7 uitspraken · nieuwste eerst · pagina 1 van 1
: Verweerder heeft de aanvraag van verzoekster om een verblijfsdocument EU/EER als bedoeld in artikel 9 van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) afgewezen, omdat verweerder twijfelt aan de Nederlandse nationaliteit van het minderjarige kind van verzoekster. Volgens verweerder is sprake geweest van een schijnerkenning. Verzoekster is het hier niet mee eens en verzoekt daarom om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter wijst in deze uitspraak het verzoek toe. Ondanks de terugmelding aan het college zal verweerder zich ook een eigen oordeel moeten vormen. Dit houdt ook in dat verweerder verzoekster in de gelegenheid zal moeten stellen om te reageren op het standpunt dat sprake is van een schijnerkenning. Het had dan ook op de weg van verweerder gelegen om verzoekster hierover te horen. De stelling van verweerder dat de Chavez-procedure hiervoor geen ruimte biedt, verwerpt de voorzieningenrechter. De voorzieningenrechter volgt verweerder dan ook niet in de stelling dat verzoekster het standpunt van verweerder over de schijnerkenning slechts kan betwisten in een procedure tot vaststelling van het Nederlanderschap (artikel 17 van de RWN). Dit standpunt impliceert namelijk dat verzoekster zich, in tegenstelling tot verweerder, wel eerst tot de civiele rechter zou moeten wenden.
Bij besluit van 29 juli 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid betrokkene opgedragen om de Europese Unie onmiddellijk te verlaten (terugkeerbesluit) en een inreisverbod tegen hem uitgevaardigd. In juli 2013 is betrokkene via Turkije uitgereisd naar Syrië. Daar heeft hij zich in de periode tot en met 31 december 2015 als strijder aangesloten bij de jihadistische terroristische organisaties Ahrar al-Sham en later Jund al-Aqsa. De staatssecretaris (nu: de minister van Justitie en Veiligheid) heeft het Nederlanderschap van betrokkene ingetrokken krachtens artikel 14, tweede lid, aanhef en onder b, van de Rijkswet op het Nederlanderschap, omdat hij onherroepelijk is veroordeeld wegens terroristische misdrijven als bedoeld in artikel 83 van het Wetboek van Strafrecht. Die minister verwijst daarvoor naar het strafvonnis van de rechtbank Rotterdam van 29 maart 2019, ECLI:NL:RBROT:2019:2420. De rechtbank heeft betrokkene voor het medeplegen van het deelnemen aan een terroristische organisatie, meermalen gepleegd, en het medeplegen van voorbereidingshandelingen gericht op het plegen van terroristische aanslagen, veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van vijf jaar en zes maanden.
Bij besluit van 29 juli 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid het Nederlanderschap van [appellant sub 2] ingetrokken. [appellant sub 2] is op [geboortedatum] 1987 geboren in Nederland. Hij heeft via zijn ouders de Marokkaanse nationaliteit verkregen. Op 27 augustus 1996 heeft hij samen met zijn ouders het Nederlanderschap verkregen. Hij heeft de Marokkaanse nationaliteit behouden. In juli 2013 is [appellant sub 2] via Turkije uitgereisd naar Syrië. Daar heeft hij zich in de periode tot en met 31 december 2015 als strijder aangesloten bij de jihadistische terroristische organisaties Ahrar al-Sham en later Jund al-Aqsa. De minister heeft het Nederlanderschap van [appellant sub 2] ingetrokken krachtens artikel 14, tweede lid, aanhef en onder b, van de RWN, omdat hij onherroepelijk is veroordeeld wegens terroristische misdrijven als bedoeld in artikel 83 van het Wetboek van Strafrecht (WvSr). De minister verwijst daarvoor naar het strafvonnis van de rechtbank Rotterdam van 29 maart 2019, ECLI:NL:RBROT:2019:2420. Die rechtbank heeft [appellant sub 2] veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van vijf jaar en zes maanden voor het medeplegen van het deelnemen aan een terroristische organisatie, meermalen gepleegd, en het medeplegen van voorbereidingshandelingen gericht op het plegen van terroristische aanslagen.
Herhaalde aanvraag voor een mvv voor verblijf als familie- of gezinslid afgewezen met toepassing van artikel 4:6, tweede lid, van de Awb. Geen nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden. Het besluit is ook niet evident onredelijk. Beroep ongegrond. Schadevergoeding vanwege overschrijding van de redelijke termijn.
bewaring, vervolgberoep en eerste beroep, maatregel te laat omgezet, daarom recht op schadevergoeding. De rechtbank ziet geen aanleiding om een hogere schadevergoeding toe te kennen. Beroep tegen eerste maatregel o.g.v. art. 59-1a Vw gegrond omdat verweerder onvoldoende voortvarend heeft gehandeld.
bewaring, kennisgeving, bewaringsgronden, art. 44 lid 3 Asiel- en migratiebeheerverordening, lichter middel, ongegrond.
grensdetentie; kennisgeving onverwijld ingediend; medische beoordeling zoals bedoeld in de Screeningsverordening hoeft niet te zijn afgerond vóór grensdetentie; rechtsbijstand tijdens gehoor voorafgaand aan grensdetentie; lichter middel; ongegrond.
Deze index komt uit de open data van de Rechtspraak (uitspraken.rechtspraak.nl). Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd, met een link naar de volledige uitspraak bij de bron. Rechterspagina's zijn een registratie van publicaties, geen beoordeling. Klopt er iets niet?
