ECLI:NL:RBDHA:2026:30271
Rechtbank Den Haag · 14-10-2026 · zaaknummer NL26.15764
Inhoudsindicatie
: Verweerder heeft de aanvraag van verzoekster om een verblijfsdocument EU/EER als bedoeld in artikel 9 van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) afgewezen, omdat verweerder twijfelt aan de Nederlandse nationaliteit van het minderjarige kind van verzoekster. Volgens verweerder is sprake geweest van een schijnerkenning. Verzoekster is het hier niet mee eens en verzoekt daarom om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter wijst in deze uitspraak het verzoek toe. Ondanks de terugmelding aan het college zal verweerder zich ook een eigen oordeel moeten vormen. Dit houdt ook in dat verweerder verzoekster in de gelegenheid zal moeten stellen om te reageren op het standpunt dat sprake is van een schijnerkenning. Het had dan ook op de weg van verweerder gelegen om verzoekster hierover te horen. De stelling van verweerder dat de Chavez-procedure hiervoor geen ruimte biedt, verwerpt de voorzieningenrechter. De voorzieningenrechter volgt verweerder dan ook niet in de stelling dat verzoekster het standpunt van verweerder over de schijnerkenning slechts kan betwisten in een procedure tot vaststelling van het Nederlanderschap (artikel 17 van de RWN). Dit standpunt impliceert namelijk dat verzoekster zich, in tegenstelling tot verweerder, wel eerst tot de civiele rechter zou moeten wenden.
Rechters
Advocaten
- mr. C.F. Wassenaar
- mr. S. Bozkurt
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
