Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handenPlace4Law
Openbare bron · Rechtspraak.nl

Gepubliceerde uitspraken

Index van openbaar gepubliceerde uitspraken van de Rechtspraak, met het gerecht en de rechters en advocaten die in de uitspraak genoemd worden. Van elke zaak tonen we de metadata en de inhoudsindicatie; de volledige uitspraak lees je bij de bron.

45000uitspraken
3341rechters
Zoeken & filteren
Wis filters

Uitspraken met mr. S. Maakal

9 uitspraken · nieuwste eerst · pagina 1 van 1

Rechtbank Overijssel14-10-2026

Vovo hangende bezwaar. Last onder dwangsom. Overschrijding geluidsnormen uit Activiteitenbesluit milieubeheer. Overgangsrecht. Handhavingsverzoek onder oud recht, gedraging onder nieuw recht nog steeds verboden in het omgevingsplan. Oud recht van toepassing. Onbemande meting. Ontbreken bronbestanden. Herbeoordeling geluidsrapport. Bezwaar geen grote kans van slagen. Ontbreken bronbestanden een in bezwaar te herstellen zorgvuldigheidsgebrek. Afwijzing vovo op grond van een belangenafweging.

ECLI:NL:RBOVE:2026:6181Bekijk zaak
Raad van State09-09-2026

In het besluit van 19 december 2024 heeft de raad van de gemeente Meppel het bestemmingsplan "Meppel - Buitengebied, herziening Schiphorsterweg 25" vastgesteld. Het bestemmingsplan maakt de bouw van acht woningen in een landhuis mogelijk op de Schiphorsterweg 25 in De Schiphorst. De Schiphorst is een buurtschap in de gemeente Meppel. Op de gronden waaraan de woonbestemming is toegekend, rustte onder het vorige bestemmingsplan een horecabestemming. De te realiseren woningen zijn volgens de plantoelichting bedoeld voor een specifieke doelgroep, zogenoemde ‘empty-nesters’. Het beoogde doel van het plan is dat zij in zelfstandige wooneenheden binnen het landhuis gaan wonen en gezamenlijk zorg zullen dragen voor het landhuis en de bijbehorende gronden. [appellant] woont op ongeveer 300 meter afstand op het [locatie 1]/[locatie 2], ten oosten van het plangebied. [appellant] is het niet eens met de mogelijkheid voor woningen op deze locatie.

ECLI:NL:RVS:2026:5339Bekijk zaak
Raad van State26-08-2026

In het besluit van 13 december 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Leeuwarden [wederpartij] onder oplegging van een dwangsom gelast de overtreding van artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a en c, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) te beëindigen en beëindigd te houden door zijn ponton met (recreatie)woning, gelegen in de Alde Feanen, te verwijderen en verwijderd te houden uit het gehele grondgebied van de gemeente Leeuwarden. [wederpartij] exploiteert de jachtwerf '[naam] - Alde Feanen Boten'. Naast reparatie en onderhoud heeft [wederpartij] sinds 2019 een ponton met daarop een opbouw afgemeerd in het water. [wederpartij] verhuurt deze als recreatiewoning. Het gaat in deze zaak om de vraag of de ponton met opbouw een bouwwerk is.

ECLI:NL:RVS:2026:4995Bekijk zaak
Rechtbank Noord-Nederland14-08-2026

Kortsluiting. Vernietiging, maar rechtsgevolgen blijven in stand. Het college heeft de verleende omgevingsvergunning in redelijkheid kunnen verlenen. Binnenplanse afwijkingsbevoegdheid is niet onverbindend, omdat de regel zelf de begrenzing aangeeft. Uitleg goothoogte. De woning bestaat uit twee delen, die qua uiterlijk enigszins afwijkend zijn. Er is geen sprake van een aanbouw; het linkerdeel, dat lager is en een andere kleur heeft, maakt onderdeel uit van het hoofdgebouw. Er is geen onevenredige aantasting van het straat- en bebouwingsbeeld en ook niet van de (feitelijke) gebruiksmogelijkheden van het perceel van eiseres. Het college heeft zich op het gegeven welstandsadvies mogen baseren en heeft kunnen concluderen dat het bouwplan voldoet aan redelijke eisen van welstand.

ECLI:NL:RBNNE:2026:3867Bekijk zaak
Raad van State15-07-2026

Bij besluit van 23 februari 2017 heeft het college van burgemeester en wethouders van Waadhoeke het verzoek om handhaving van [partij B] van 5 april 2016 met betrekking tot het herplanten van zeven iepen op de plaats van de gekapte zeven schietwilgen op het perceel [locatie 1] in Tzummarum (het perceel) afgewezen. De VOF exploiteert een loon- en kraanbedrijf en schapenhouderij op het perceel. [appellant sub 3B] woont op het perceel [locatie 2] in Tzummarum. [partij B] woont op het perceel [locatie 3]. Zij hebben verschillende verzoeken om handhaving ingediend, omdat zij overlast ondervinden van verschillende activiteiten op het perceel. Ook verzetten zij zich tegen het verlenen van de omgevingsvergunning voor het bouwen van sleufsilo's op het perceel, omdat zij vrezen voor een verdere aantasting van hun woon- en leefklimaat.

ECLI:NL:RVS:2026:4157Bekijk zaak
Rechtbank Overijssel08-04-2025

Deze uitspraak gaat over een ontheffing voor rondvaartboten. De VOF heeft een ontheffing gevraagd om niet elektrisch maar met een verbrandingsmotor te mogen varen. Het college heeft die aanvraag afgewezen omdat het te laat is ingediend. De VOF is het niet eens met die afwijzing. Zij voert daartoe aan dat het college ten onrechte niet heeft afgeweken van het beleid, dat de afwijzing onevenredig is en dat het college de afwijking van het advies van de bezwaarschriftencommissie onvoldoende heeft gemotiveerd. De rechtbank oordeelt dat het college de aanvraag van de VOF heeft mogen afwijzen. Het beroep is ongegrond.

ECLI:NL:RBOVE:2025:2144Bekijk zaak
Rechtbank Overijssel08-04-2025

Deze uitspraak gaat over de last onder dwangsom die het college aan de VOF heeft opgelegd om niet met een rondvaartboot met een verbrandingsmotor te varen. De VOF is het niet eens met deze last. Volgens haar is de overtreding onvoldoende vastgesteld en is de last onevenredig, omdat er sprake is van concreet zicht op legalisatie en de last financieel dwingt tot zeer substantiële investeringen. Ook stelt de VOF dat de begunstigingstermijn ten onrechte ontbreekt en dat de hoogte van de dwangsom onvoldoende is onderbouwd. De rechtbank oordeelt dat het college de last onder dwangsom heeft mogen opleggen, omdat sprake is van een overtreding, er geen zicht is op legalisatie en de VOF onvoldoende heeft onderbouwd dat een begunstigingstermijn nodig is.

ECLI:NL:RBOVE:2025:2141Bekijk zaak
Rechtbank Den Haag01-02-2021

Verordening (EG) nr. 850/98, Verordening (EU) nr. 1380/2013, Verordening (EU) nr. 2019/1241 (Verordening TM). Het niet verder verlengen van de toestemming voor de pulskorvisserij die is verleend met het oog op deelname aan het wetenschappelijk onderzoek voor de implementatie van de aanlandplicht (groep 3). Europees verbod op de pulskorvisserij. Geen reden om te twijfelen aan de geldigheid van de Verordening TM. Anders dan bij de groepen 1 en 2 het geval is, is de rechtbank van oordeel dat verweerder voor groep 3 geen beslissing hoefde te nemen over de door eisers gevraagde schadeloosstelling. In de toestemmingen voor deze groep is uitdrukkelijk bepaald dat, indien er na ommekomst van deze termijn geen generieke toelating van de puls zou zijn, niet langer uitzonderingen op het pulsverbod zouden worden toegestaan. Eisers konden en dienden hiermee rekening te houden bij hun bedrijfsvoering.

ECLI:NL:RBDHA:2021:969Bekijk zaak
Rechtbank Den Haag01-02-2021

Verordening (EG) nr. 850/98, Verordening (EU) nr. 1380/2013, Verordening (EU) nr. 2019/1241 (Verordening TM), Reglement zee- en kustvisserij 1977, Foto-Frost arrest. Intrekking toestemming voor de pulskorvisserij per 1 juli 2021 voor de groep vissers met een toestemming voor onbepaalde tijd (groep 1). Beëindiging toestemming voor de pulskorvisserij tot en met 31 december 2019 voor de groep vissers met een toestemming die is verleend met het oog op een meerjarig onderzoeksprogramma voor bepaalde tijd (groep 2). Europees verbod op de pulskorvisserij. De omstandigheid dat de Staat der Nederlanden een procedure als bedoeld in artikel 263 van het VWEU is gestart tegen de Raad van de Europese Unie en het Europees Parlement bij het HvJ EU is onvoldoende reden om te twijfelen aan de geldigheid van de Verordening TM. Hoewel aan de intrekking/beëindiging een voldoende zwaarwegend belang ten grondslag ligt (namelijk dwingend Unierecht) gaat het om ingrijpende maatregelen waarmee een deel van de beroepsvisserij in Nederland hard wordt geraakt. Verweerder had zich, gelet op de evenredigheid, uitdrukkelijk rekenschap moeten geven van de financiële gevolgen en in de bestreden besluiten in moeten gaan op de verzoeken om financiële compensatie. Vernietiging van de bestreden besluiten.

ECLI:NL:RBDHA:2021:968Bekijk zaak

Deze index komt uit de open data van de Rechtspraak (uitspraken.rechtspraak.nl). Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd, met een link naar de volledige uitspraak bij de bron. Rechterspagina's zijn een registratie van publicaties, geen beoordeling. Klopt er iets niet?