ECLI:NL:RVS:2026:909
Raad van State · 18-02-2026 · zaaknummer 202402125/1/A2
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 8 juni 2020 heeft het college aan [vergunninghouder] ([vergunninghouder]) een vergunning verleend voor kamerbewoning door studenten voor maximaal negen personen op het adres [locatie A] in Rotterdam (de woning). [vergunninghouder] is eigenaresse van de woning en heeft op 25 mei 2020 een vergunning aangevraagd voor kamerbewoning door studenten voor maximaal negen personen in de woning. Het college heeft deze vergunning verleend. [wederpartijen] wonen op het adres [locatie B]. Zij zijn het niet eens met de vergunningverlening. [vergunninghouder] is eigenaresse van de woning en heeft op 25 mei 2020 een vergunning aangevraagd voor kamerbewoning door studenten voor maximaal negen personen in de woning. Het college heeft deze vergunning verleend. [wederpartijen] wonen op het adres [locatie B]. Zij zijn het niet eens met de vergunningverlening. In geschil is of is voldaan aan de voorwaarde die is gesteld in artikel 3.2.5, aanhef en onder b, van de Verordening toegang woningmarkt en samenstelling woningvoorraad 2019, zoals die gold ten tijde van het besluit van 8 juni 2020 (de Verordening) dat de kamerbewoning een positieve invloed op het woon- en leefmilieu zal hebben.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
