ECLI:NL:RVS:2026:899
Raad van State · 18-02-2026 · zaaknummer 202502383/1/A2
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 22 februari 2024 heeft de CSG een aanvraag van [appellante] om een uitkering uit het Schadefonds Geweldsmisdrijven (het schadefonds) afgewezen. Op 8 augustus 2023 heeft [appellante] een aanvraag ingediend om een uitkering uit het schadefonds. Aan deze aanvraag heeft zij ten grondslag gelegd dat zij in de periode van 2008 tot en met 2010 slachtoffer is geworden van huiselijk geweld. [appellante] stelt in de aanvraag dat zij door een psychische blokkade de aanvraag pas in 2023 heeft ingediend. De CSG heeft de aanvraag afgewezen, omdat deze niet binnen de in artikel 7 van de Wet schadefonds geweldsmisdrijven gestelde termijn van tien jaar is ingediend en [appellante], hoewel zij daartoe in de gelegenheid is gesteld, geen stukken heeft overgelegd waaruit volgt dat de aanvraag zo spoedig is ingediend als redelijkerwijs kon worden verlangd. Weliswaar kan psychische overmacht op grond van de beleidsregels in de Beleidsbundel Schadefonds Geweldsmisdrijven (de Beleidsbundel) van 1 november 2022 een geldige reden voor overmacht zijn, maar dan moet de aanvrager de gestelde reden voor de termijnoverschrijding onderbouwen, bijvoorbeeld door middel van medische informatie over een behandeling voor psychische klachten die verband houden met het misdrijf.
Rechters
Advocaten
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
