ECLI:NL:RVS:2026:737
Raad van State · 11-02-2026 · zaaknummer 202406359/1/A2
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 13 maart 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag [appellant] een bestuurlijke boete opgelegd van € 10.000,00. [appellant] is eigenaar van de woning aan de [locatie] in Den Haag (de woning). De woning verhuurde hij aan een vrouw met haar twee kinderen. Naar aanleiding van een melding van de Politie-eenheid heeft de Haagse Pandbrigade (de HPB) de woning op 20 september 2022 geïnspecteerd. De HPB constateerde dat de woning niet werd bewoond door de huurster en haar kinderen, maar onzelfstandig werd bewoond door vijf personen. Het college heeft de boete opgelegd, omdat appellant in strijd met artikel 5:2, aanhef en onder b, van de Huisvestingsverordening Den Haag 2019 de woning onzelfstandig heeft verhuurd zonder de daarvoor benodigde vergunning. Als eigenaar kon [appellant] beschikken over de woning. Ook heeft hij de overtreding aanvaard. Gebleken is namelijk dat [appellant] op de hoogte was van de onzelfstandige bewoning.
Rechters
Advocaten
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
