ECLI:NL:RVS:2026:642
Raad van State · 04-02-2026 · zaaknummer 202203365/1/A3
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 24 juli 2019 heeft de minister van Buitenlandse Zaken [appellant] te kennen gegeven zijn aanvraag om een Nederlands paspoort niet in behandeling te nemen. [appellant] is op [geboortedatum] 1968 in [plaats] (Irak) geboren en verkreeg door geboorte de Iraakse nationaliteit. In de basisregistratie personen (hierna: de brp) is opgenomen dat hij op [datum] 1995 is getrouwd met [persoon A], met de Iraakse nationaliteit en geboren op [geboortedatum] 1971 in [plaats]. [appellant] vestigde zich op 11 juni 1997 in Nederland en verkreeg op 13 juni 2002 het Nederlanderschap. Op [datum] 2007 is [appellant] in Jordanië getrouwd met [persoon B], met de Iraakse nationaliteit en geboren op [geboortedatum] 1973 in [plaats] (Irak). Op 19 juli 2011 verkreeg [persoon B] de Canadese nationaliteit door naturalisatie. [appellant] is op 3 maart 2011 uitgeschreven uit de gemeente Amsterdam wegens emigratie naar Canada. Vervolgens heeft [appellant] op 22 februari 2016 vrijwillig ook de Canadese nationaliteit door naturalisatie verkregen. Op 11 oktober 2011 is voor het laatst een Nederlands paspoort aan [appellant] verstrekt. [appellant] heeft op 14 juni 2019 bij het Nederlandse consulaat in Toronto een Nederlands paspoort aangevraagd.
Advocaten
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
