ECLI:NL:RVS:2026:498
Raad van State · 28-01-2026 · zaaknummer 202402745/1/A3
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 19 mei 2022 heeft de minister van Buitenlandse Zaken de paspoortaanvraag die [appellant A] en [appellant B] hebben ingediend voor hun minderjarige dochter [dochter] afgewezen. [appellant A] en [appellant B] zijn op [datum] 2007 met elkaar getrouwd in Egypte. [appellant A] heeft op [datum] 2010 het Nederlanderschap verkregen. [appellant B] heeft wel de Egyptische, maar niet de Nederlandse nationaliteit. Op 3 januari 2022 hebben [appellant A] en [appellant B] bij de Nederlandse ambassade in Egypte een paspoort aangevraagd voor hun minderjarige dochter [dochter], die op [geboortedatum] 2012 in Saoedi-Arabië is geboren. Aan deze aanvraag hebben [appellant A] en [appellant B] een Egyptische geboorteakte gehecht, waarop staat vermeld dat [appellant A] en [appellant B] haar ouders zijn. De minister heeft de aanvraag om een paspoort voor [dochter] buiten behandeling gesteld, omdat [appellant A] en [appellant B] geen gelegaliseerde en vertaalde Saoedische geboorteakte hebben overgelegd. Volgens de minister kan het Nederlanderschap van [dochter] niet worden vastgesteld.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
