ECLI:NL:RVS:2026:4713
Raad van State · 10-08-2026 · zaaknummer 202505268/1/A2
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 14 maart 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam de aanvraag van [appellant] om een urgentieverklaring afgewezen. Het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar heeft het college bij besluit van 18 december 2024 ongegrond verklaard. De rechtbank heeft geoordeeld dat in ieder geval één algemene weigeringsgrond van artikel 2.10.5 van de Huisvestingsverordening Amsterdam 2024 van toepassing is; er is niet voldaan aan de bindingseis. Dit is tussen partijen ook niet in geschil. Dit betekent dat slechts met een geslaagd beroep op de hardheidsclausule een urgentieverklaring kan worden verkregen.
Rechters
Advocaten
- A. Sarioglu
- J. Lakjaa
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
