ECLI:NL:RVS:2026:4295
Raad van State · 22-07-2026 · zaaknummer 202601596/1/A2
Inhoudsindicatie
Bij beslissing van 30 oktober 2025 is de bachelorscriptie van [appellant] met een onvoldoende beoordeeld. [appellant] volgt de bacheloropleiding Theologie aan de Rijksuniversiteit Groningen. Zijn bachelorscriptie is op 30 augustus 2025 met een 5,8 beoordeeld. Die beoordeling is gebaseerd op het gemiddelde van de beoordeling van twee beoordelaars, waarbij een 6,0 of hoger als een voldoende geldt. [appellant] is tegen die beoordeling opgekomen, waarna op 1 oktober 2025 een schikkingsgesprek heeft plaatsgevonden. Naar aanleiding van dat gesprek heeft een derde beoordelaar de scriptie beoordeeld. Op 30 oktober 2025 is vastgesteld dat het gemiddelde van de beoordelingen van de drie examinatoren neerkomt op een 5,7, eveneens een onvoldoende. [appellant] voert aan dat de beoordeling van zijn scriptie, dan wel de beslissing van het CBE, geen holistische weergave van zijn scriptie(traject) bevat.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
