ECLI:NL:RVS:2026:408
Raad van State · 13-01-2026 · zaaknummer 202408084/1/A2
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 17 januari 2024 heeft de Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven een aanvraag van [appellante] om een uitkering uit het schadefonds geweldsmisdrijven (schadefonds) afgewezen. Bij besluit van 31 mei 2024 heeft de CSG het door [appellante] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Een aanvrager van een uitkering uit het schadefonds moet met voldoende objectieve aanwijzingen aannemelijk maken dat hij slachtoffer is van een tegen hem opzettelijk gepleegd geweldsmisdrijf. Als geen aangifte is gedaan en er geen strafrechtelijk onderzoek heeft plaatsgevonden, moet de aanvrager met voldoende objectieve aanwijzingen komen om een opzettelijk gepleegd geweldsmisdrijf aannemelijk te maken. De rechtbank heeft geoordeeld dat met de overgelegde stukken niet aannemelijk is gemaakt dat [appellante] slachtoffer is geworden van een opzettelijk gepleegd geweldsmisdrijf, omdat deze stukken onvoldoende objectieve aanwijzingen bevatten.
Rechters
Advocaten
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
