ECLI:NL:RVS:2026:3390
Raad van State · 02-06-2026 · zaaknummer 202500242/1/A2
Inhoudsindicatie
Het hoger beroep richt zich tegen de uitspraak van 5 december 2024 van de rechtbank Oost-Brabant waarbij de rechtbank de beroepen van [appellant] tegen de besluiten van 26 september 2023 ongegrond heeft verklaard. [appellant] is getrouwd met [partner]. Zij is daarmee toeslagpartner van [appellant]. Op 18 januari 2023 en 21 juni 2023 heeft de Dienst Toeslagen van de inspecteur van de Belastingdienst de inkomens- vermogensgegevens van [appellant] vanuit de Basisregistratie Inkomen (BRI) gekregen over 2020 en 2021. Het gezamenlijk toetsingsinkomen is € 35.171,00 over 2020 en is € 35.513,00 over 2021. [appellant] is getrouwd met [partner]. Zij is daarmee toeslagpartner van [appellant]. Op 18 januari 2023 en 21 juni 2023 heeft de Dienst Toeslagen van de inspecteur van de Belastingdienst de inkomens- vermogensgegevens van [appellant] vanuit de Basisregistratie Inkomen (BRI) gekregen over 2020 en 2021. Het gezamenlijk toetsingsinkomen is € 35.171,00 over 2020 en is € 35.513,00 over 2021.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
