ECLI:NL:RVS:2026:3342
Raad van State · 10-06-2026 · zaaknummer 202501016/1/A3 en 202501018/1/A3
Inhoudsindicatie
Bij de uitspraken van 23 november 2022 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak de door [bedrijf A] en [bedrijf B] ingestelde beroepen tegen de weigering van exploitatievergunningen voor passagiersvervoer gegrond verklaard, maar de rechtsgevolgen van die besluiten in stand gelaten. [bedrijf A] en [bedrijf B] verzoeken om herziening van deze uitspraken vanwege de uitspraken die de Afdeling op 25 september 2024 en op 2 oktober 2024 heeft gedaan. In die uitspraken heeft de Afdeling geoordeeld dat de wijziging van exploitatievergunningen in vergunningen voor bepaalde tijd onevenredig en onevenwichtig was. Volgens [bedrijf A] en [bedrijf B] blijkt uit deze uitspraken dat de afwijzende besluiten waarvan de Afdeling in de uitspraken van 23 november 2022 de rechtsgevolgen in stand heeft gelaten, nooit als rechtmatig mochten worden aangemerkt. [bedrijf A] en [bedrijf B] betogen verder dat de uitspraken van 23 november 2022 in strijd zijn met artikel 11 van de Dienstenrichtlijn.
Rechters
Advocaten
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
