ECLI:NL:RVS:2026:3201
Raad van State · 03-06-2026 · zaaknummer 202503709/3/A2
Inhoudsindicatie
Bij uitspraak van 8 oktober 2025, in zaak nr. 202503709/2/A2, heeft de Afdeling na vereenvoudigde behandeling zich onbevoegd verklaard om van het hoger beroep van [opposant] tegen de uitspraak van de rechtbank Overijssel van 25 juni 2025 kennis te nemen. Bij uitspraak van 21 februari 2025 heeft de rechtbank, na vereenvoudigde behandeling, zich onbevoegd verklaard om kennis te nemen van een door [opposant] ingesteld beroep tegen het niet tijdig nemen van een beslissing op zijn verzoek om te interveniëren in de door de Duitse overheid gebrekkige nakoming van Richtlijn 2002/8/EG. [opposant] heeft verzet gedaan tegen deze uitspraak. Bij uitspraak van 25 juni 2025 heeft de rechtbank geoordeeld dat het verzet geen aanleiding geeft om te twijfelen over de onbevoegdverklaring van de rechtbank. In de uitspraak van 8 oktober 2025, waarvan verzet, heeft de Afdeling zich onbevoegd verklaard om van het door [opposant] tegen de uitspraak van 25 juni 2025 ingestelde hoger beroep kennis te nemen, omdat tegen een uitspraak van de rechtbank als bedoeld in artikel 8:55, zevende lid, van de Awb, gelet op artikel 8:104, tweede lid, aanhef en onder c, van de Awb, geen hoger beroep kan worden ingesteld.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
