ECLI:NL:RVS:2026:3092
Raad van State · 26-05-2026 · zaaknummer 202505467/4/A2
Inhoudsindicatie
Tijdens de zitting op 13 mei 2026 heeft [verzoeker] verzocht om wraking van staatsraad mr. J.M. Willems als voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak belast met de behandeling van de zaak nr. 202505467/2/A2. Het verzoek om wraking is naar zijn strekking gericht tegen alle leden van de Raad van State en daarmee tegen de Afdeling bestuursrechtspraak als zodanig. [verzoeker] heeft dit ook op de zitting bevestigd. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (uitspraak van 12 juni 2012, ECLI:NL:RVS:2012:1059) is de ratio van artikel 8:15 van de Awb blijkens de wetsgeschiedenis gelegen in het waken tegen inbreuken op de rechterlijke onpartijdigheid en tegen de schijn van rechterlijke partijdigheid. Een wrakingsgrond dient dan ook gelegen te zijn in feiten of omstandigheden die betrekking hebben op de persoon van de staatsraad die de zaak behandelt. Het verzoek kan dan ook niet het rechterlijk college als zodanig betreffen. Nu het verzoek van [verzoeker] is gericht tegen de Raad van State als geheel en daarmee tegen de Afdeling als zodanig, wordt het niet aangemerkt als een verzoek om wraking in de zin van de wet en kan het om die reden niet in behandeling worden genomen.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[verzoeker]
verzoeker · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
