ECLI:NL:RVS:2026:3048
Raad van State · 27-05-2026 · zaaknummer 202402567/1/V3
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 14 februari 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van referent om appellant een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen. Appellant is geboren op [geboortedatum] 2003. Op 30 november 2022 heeft zijn moeder, referent, een mvv-aanvraag ingediend, zodat hij bij zijn moeder in Nederland kan verblijven. Referent woonde tot december 2022 met haar twee minderjarige kinderen, appellant, haar moeder en een nichtje samen in een woning in Suriname. De minister heeft referent een verblijfsvergunning als kennismigrant voor de duur van een jaar, met de ingangsdatum van 1 januari 2023, verleend. Referent verricht werkzaamheden als anesthesiemedewerker in het Universitair Medisch Centrum Groningen (UMCG). De minister heeft de twee minderjarige kinderen van referent een verblijfsvergunning verleend voor verblijf als gezinslid bij hun moeder. Referent is in december 2022 met haar twee minderjarige kinderen naar Nederland verhuisd.
Advocaten
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
