ECLI:NL:RVS:2026:2917
Raad van State · 20-05-2026 · zaaknummer 202503137/1/A2
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 6 mei 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag de aanvraag van [persoon B] om een woningvormingsvergunning afgewezen. In 2015 hebben [persoon A] en [persoon B] twee naastgelegen appartementen met een tuin aan de [locatie 1] en [locatie 2] in Den Haag samengevoegd door middel van het doorbreken van een muur. Zij wilden meer ruimte voor hun gezin. Zij zijn thans eigenaren van de samengevoegde woning met een woonoppervlakte van 190 m2 en een tuin van 236 m2. [persoon A] en [persoon B] willen de woning verkopen en er is volgens hen meer vraag naar de twee gesplitste appartementen dan naar de samengevoegde woning. Op 22 maart 2024 heeft [persoon B] bij het college een aanvraag gedaan voor een vergunning voor woningvorming. Op grond hiervan zouden [persoon A] en [persoon B] de woning mogen splitsen in twee woningen door het plaatsen van een muur. De rechtbank heeft geoordeeld dat het college onvoldoende heeft gemotiveerd waarom het de hardheidsclausule niet heeft toegepast. Niet in geschil is dat de woning in feite bestaat uit twee volledig zelfstandig te bewonen appartementen die slechts met één doorgang met elkaar verbonden zijn.
Rechters
Advocaten
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
