ECLI:NL:RVS:2026:2590
Raad van State · 06-05-2026 · zaaknummer 202504925/1/A2
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 15 januari 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam het verzoek van [appellante] om intrekking van de vergunning voor kamerbewoning aan de [locatie 1], afgewezen. [appellante] is eigenaar van de woning aan de [locatie 2] te Rotterdam. Zij en [persoon], eigenaar van de woning aan de [locatie 1], zijn de enige twee leden van de VvE. Het college heeft bij besluit van 11 mei 2022 aan [persoon] een vergunning verleend voor het omzetten van zijn appartement in onzelfstandige woonruimten voor kamerbewoning ten behoeve van drie personen. [appellante] heeft verzocht om intrekking van deze vergunning wegens ervaren overlast van de huurders. Zij stelt dit verzoek mede namens de VvE en meerdere omwonenden te hebben gedaan. Het college heeft het verzoek getoetst aan de intrekkingsgronden, genoemd in de Verordening toegang woningmarkt en samenstelling woningvoorraad 2021. Er is volgens het college geen sprake van het niet nakomen van de aan de vergunning verbonden voorschriften of beperkingen. Verder zijn er geen meldingen van overlast bekend bij de gemeente en de veiligheidscoördinator. Bij de politie is één melding gedaan van overlast, maar de overlast is niet vastgesteld. Daarom kan niet worden geconcludeerd dat er sprake is van kamerbewoning die leidt tot aantasting van het woonmilieu en de leefbaarheid in de buurt, op grond waarvan de vergunning kan worden ingetrokken.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
