ECLI:NL:RVS:2026:2569
Raad van State · 06-05-2026 · zaaknummer 202600301/1/A2
Inhoudsindicatie
Bij beslissing van 3 juli 2025 heeft de examencommissie van de faculteit der Letteren van de Rijksuniversiteit Groningen (de examencommissie) het verzoek van [appellante] om een buitenreguliere tentamenkans voor de vakken Klankleer 1 en Literaire Canon afgewezen. [appellante] volgt sinds 1 september 2023 de bachelor Nederlandse Taal en Cultuur aan de Rijksuniversiteit Groningen. In september 2023 was [appellante] ook ingeschreven voor de bachelor Religiewetenschappen. [appellante] stond van 1 september 2025 tot 1 maart 2026 ook ingeschreven voor de bachelor Filosofie. [appellante] betoogt dat het CBE een onjuiste toepassing en uitleg heeft gegeven aan de OER. Het CBE heeft ten onrechte artikel 7.7, tweede lid, en artikel 7.7, derde lid van de OER als cumulatieve voorwaarden beschouwd. Een buitenreguliere tentamenkans kan niet enkel worden toegekend in het laatste onderdeel van de opleiding. Studievertraging zou niet moeten worden gedefinieerd als overschrijding van de nominale studieduur, maar als feitelijke belemmering van de studievoortgang.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
