ECLI:NL:RVS:2026:2436
Raad van State · 29-04-2026 · zaaknummer 202504193/1/A2
Inhoudsindicatie
[verzoekster] heeft bij de rechtbank beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar aanvraag tot het verkrijgen van een verklaring van rijgeschiktheid. De Afdeling is in haar uitspraak van 25 juni 2025 de rechtbank gevolgd in het oordeel dat het CBR tijdig op de aanvraag heeft beslist en dat het beroepschrift moet worden doorgezonden naar het CBR om als bezwaarschrift te behandelen. De Afdeling heeft eveneens geoordeeld dat het besluit van 11 juni 2024, waarin het CBR op het bezwaar van [verzoekster] heeft beslist, geen besluit is als bedoeld in artikel 6:20, tweede lid, van de Awb, waartegen gelet op artikel 6:20, derde lid, gelezen in samenhang met artikel 6:24 van die wet een beroep van rechtswege is ontstaan. Aan het verzoek om herziening heeft [verzoekster] ten grondslag gelegd dat de Afdeling haar hoger beroep ten onrechte ongegrond heeft verklaard. Tijdens de zitting bij de Afdeling had zij het idee dat zij het voordeel van de twijfel genoot. Zij voert verder aan dat de ziekte van Sjögren haar ogen en haar rijgeschiktheid niet aantast, waardoor zij een verklaring van rijgeschiktheid had moeten krijgen.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[verzoekster]
verzoekster · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
