ECLI:NL:RVS:2026:2290
Raad van State · 22-04-2026 · zaaknummer 202303667/1/A3
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 7 januari 2023 heeft de burgemeester van Maassluis aan [appellant] een huisverbod opgelegd voor de duur van tien dagen, tot 17 januari 2023. [appellant] woont samen met [persoon] aan de [locatie] in Maassluis. De burgemeester heeft aan [appellant] op grond van artikel 2 van de Wet tijdelijk huisverbod (Wth) een huisverbod opgelegd voor de duur van tien dagen na een incident dat op 7 januari 2023 heeft plaatsgevonden. De burgemeester heeft het besluit tot oplegging van het hui verbod gebaseerd op een door de politie opgesteld Risicotaxatie-instrument Huiselijk Geweld (RiHG). De burgemeester heeft zich op het standpunt gesteld dat [appellant] geen procesbelang heeft bij een inhoudelijke beoordeling van zijn hoger beroep. De burgemeester wijst erop dat het huisverbod al lang geleden is geëindigd en dat [appellant] heeft nagelaten om hangende het beroep bij de rechtbank een verzoek om een voorlopige voorziening in te dienen.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
