ECLI:NL:RVS:2026:2157
Raad van State · 14-04-2026 · zaaknummer 202407496/1/R2
Inhoudsindicatie
Het hoger beroep richt zich tegen de uitspraak van 31 oktober 2024 van de rechtbank OostBrabant. Deze uitspraak gaat over het invorderingsbesluit van het college van 7 november 2023, waarin het college overgaat tot invordering van €10.000,00 aan verbeurde dwangsommen wegens het niet nakomen van twee opgelegde lasten onder dwangsom. Deze lasten hadden als doel om het gebruik van het perceel met een groenbestemming als inrit te staken en dit zo te houden en om de daar aangebrachte verharding te verwijderen. De rechtbank heeft het beroep van [appellant] tegen het invorderingsbesluit ongegrond verklaard. [appellant] beroept zich op gerechtvaardigd vertrouwen dat hij ontleent aan uitlatingen van het college tussen 17 mei en 22 mei 2023. En hij meent dat daarom niet zou worden overgegaan tot handhavend optreden. Volgens hem is het oordeel van de rechtbank hierover onjuist.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
