ECLI:NL:RVS:2026:1838
Raad van State · 01-04-2026 · zaaknummer 202404325/1/A3
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 15 september 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Súdwest-Fryslân de aanvraag van [appellant] om een ligplaatsvergunning afgewezen. [appellant] is beroepsvisser en eigenaar van de garnalenkotter […]. Op 21 juni 2021 heeft [appellant] een vergunning aangevraagd voor het innemen van een ligplaats met het schip aan de steiger voor vissersschepen in de haven van Makkum. Het college heeft deze aanvraag afgewezen en het door [appellant] hiertegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. De rechtbank heeft geoordeeld dat het college zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat het schip ten tijde van de beoordeling van de aanvraag geen vissersschip was als bedoeld in de Verordening havens en overige wateren gemeente Súdwest-Fryslân 2021 (de Verordening 2021). Volgens de rechtbank wordt niet voldaan aan het vereiste dat het schip hoofdzakelijk voor het vangen van vis of andere levende rijkdommen van de zee wordt gebruikt. [appellant] betoogt dat de rechtbank niet heeft onderkend dat de Verordening 2021 niet van toepassing is.
Rechters
Advocaten
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
