ECLI:NL:RVS:2026:1803
Raad van State · 01-04-2026 · zaaknummer 202502130/1/A2
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 20 oktober 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam de aanvraag van [appellant] om een urgentieverklaring afgewezen. [appellant] heeft op 16 augustus 2022 een urgentieverklaring op grond van sociale omstandigheden aangevraagd. Na zijn scheiding is de echtelijke woning aan zijn ex-echtgenote toegewezen. Aan de aanvraag heeft hij onder meer ten grondslag gelegd dat hij wil dat de twee oudste kinderen, geboren [geboortedatum] 2005 en [geboortedatum] 2010, bij hem kunnen wonen. Volgens [appellant] is het verblijf bij hun moeder zeer problematisch en onhoudbaar. Het college heeft zich in de schriftelijke uiteenzetting op het standpunt gesteld dat [appellant] geen procesbelang meer heeft en dat zijn hoger beroep daarom niet-ontvankelijk moet worden verklaard. [appellant] woont sinds 13 oktober 2025 in een zelfstandige sociale huurwoning aan de [locatie] in Amsterdam en staat op dit adres ingeschreven in de Basisregistratie personen.
Rechters
Advocaten
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
