ECLI:NL:RVS:2026:1696
Raad van State · 25-03-2026 · zaaknummer 202401017/2/R4
Inhoudsindicatie
In de tussenuitspraak van 5 november 2025, ECLI:NL:RVS:2025:5347, heeft de Afdeling het college van burgemeester en wethouders van Stichtse Vechtopgedragen om binnen acht weken na verzending van de tussenuitspraak het daarin omschreven gebrek in het besluit van het college van 4 januari 2024 te herstellen, met inachtneming van wat over dat gebrek in de tussenuitspraak is overwogen. Op 30 december 2025 heeft het college het besluit van 4 januari 2024 van een aanvullende motivering voorzien. De Afdeling heeft in haar tussenuitspraak geoordeeld dat het besluit van 4 januari 2024 niet berust op een deugdelijke motivering. Op grond van artikel 40.2 van het bestemmingsplan "Landelijk Gebied West" mag het college namelijk de gevraagde omgevingsvergunning alleen weigeren als de cultuurhistorische, natuurlijke en landschapswaarden van het gebied door de aangevraagde werkzaamheden blijvend onevenredig worden aangetast.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
het college van burgemeester en wethouders van Stichtse Vecht
verweerder · overheid
Overheidspartijen
het college van burgemeester en wethouders van Stichtse Vecht
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
