ECLI:NL:RVS:2026:1104
Raad van State · 20-02-2026 · zaaknummer 202503791/1/A2
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 29 juli 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam de aanvraag van [appellant] om een urgentieverklaring afgewezen. Het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar heeft het college bij besluit van 19 november 2024 ongegrond verklaard. [appellant] is op [geboortedatum] 2001 geboren en in 2015 vanuit Eritrea naar Nederland gekomen. Hij heeft op 7 juni 2024 een urgentieverklaring aangevraagd. Hij heeft in meerdere wooninstellingen gewoond, maar is sinds 8 augustus 2022 dakloos. Het college heeft bij besluit van 19 november 2024 de afwijzing van de aanvraag om een urgentieverklaring gehandhaafd. Het college heeft zich op het standpunt gesteld dat een aanvraag op grond van artikel 2.10.5, vierde lid, van de Huisvestingsverordening Amsterdam 2024 moet worden geweigerd als de aanvrager niet in één van de in artikel 2.10.6 tot en met 2.10.8 opgenomen urgentiecategorieën valt.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
