ECLI:NL:RVS:2026:1102
Raad van State · 20-02-2026 · zaaknummer 202502743/1/A2
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 26 januari 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag de aanvraag van [appellant] om een urgentieverklaring afgewezen. Het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar heeft het college bij besluit van 8 augustus 2024 ongegrond verklaard. [appellant] woonde ten tijde van de aanvraag, op 21 november 2023, samen met zijn drie kinderen, waarvan één minderjarig kind, en zijn ex-partner in een huurwoning met drie slaapkamers. Hij heeft een urgentieverklaring aangevraagd voor zichzelf en drie kinderen. Na de aanvraag zijn nog twee kinderen, geboren uit het huwelijk met zijn echtgenote, vanuit Marokko naar Nederland gekomen.
Rechters
Advocaten
- A.R. Bissessur
- J. Lakjaa
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
