ECLI:NL:RVS:2026:1035
Raad van State · 25-02-2026 · zaaknummer 202403990/1/A3
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 1 februari 2024, zoals hersteld bij besluit van 2 februari 2024, heeft de burgemeester van Rotterdam aan [appellant] een huisverbod opgelegd. [appellant] had een relatie met achterblijfster. In de woning van achterblijfster heeft een incident plaatsgevonden tussen [appellant] en achterblijfster. Hierbij zijn beiden gewond geraakt. De burgemeester heeft daarom aan [appellant] een huisverbod opgelegd voor de woning van achterblijfster, waar zij met haar minderjarige kinderen woont. [appellant] beschikt over een eigen woning. Omdat de hulpverlening nog niet was opgestart heeft de burgemeester het huisverbod verlengd. De rechtbank heeft overwogen dat voldoende aannemelijk is dat sprake was van een vermoeden van een ernstig en onmiddellijk gevaar. Vaststaat dat in de woning van achterblijfster een incident heeft plaatsgevonden tussen [appellant] en haar. Een ruzie heeft ertoe geleid dat over en weer geweld is gebruikt, waarbij beiden letsel hebben opgelopen.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
