ECLI:NL:RVS:2025:998
Raad van State · 12-03-2025 · zaaknummer 202307755/1/A2
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 23 augustus 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag de aanvraag van [appellante] voor een eenmalig woningaanbod afgewezen. Het college heeft [appellante] bij besluit van 1 april 2022 met toepassing van de hardheidsclausule een urgentieverklaring voor haar en haar kinderen verleend, na een advies van de GGD van 17 februari 2022. De GGD heeft daarin over de medische noodzaak tot verhuizen geconcludeerd dat sprake is van een levensontwrichtende en/of levensbedreigende situatie. Het college heeft een urgentieverklaring toegekend met als zoekprofiel: flat met lift of benedenwoning (woningtype) met twee tot drie slaapkamers (woninggrootte). [appellante] heeft op 17 juli 2022 een aanvraag voor een eenmalig woningaanbod bij het college ingediend, omdat het haar binnen de geldigheidsduur van de urgentieverklaring niet is gelukt om een passende woning te vinden. Het college heeft deze aanvraag afgewezen, omdat niet is voldaan aan de in artikel 4:8, vierde lid, van de Huisvestingsverordening Den Haag 2019 opgenomen voorwaarde dat is gebleken dat de aanvrager de urgentieverklaring binnen de geldigheidsduur niet heeft kunnen benutten.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
