ECLI:NL:RVS:2025:856
Raad van State · 05-03-2025 · zaaknummer 202402299/1/A2
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 16 december 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam aan [appellant] van rechtswege een vergunning voor kamerbewoning verleend, omdat niet tijdig op zijn aanvraag is beslist. [appellant] heeft een pand aan de [locatie] in Rotterdam met vier studio’s voor studenten. Hij heeft een vergunning voor kamerbewoning aangevraagd voor vier personen om de bestaande situatie te legaliseren. Het college heeft zich in het besluit van 15 december 2021 in reactie op het bezwaar van [wederpartij] tegen de van rechtswege verleende vergunning, op het standpunt gesteld dat niet wordt voldaan aan de in artikel 3.2.5, aanhef en onder a, van de Verordening toegang woningmarkt en samenstelling woningvoorraad 2019 gestelde voorwaarde dat sprake moet zijn van kamerbewoning door studenten zoals gedefinieerd in artikel 1.1, onder t, van de Verordening.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
