ECLI:NL:RVS:2025:762
Raad van State · 26-02-2025 · zaaknummer 202303454/1/A3
Inhoudsindicatie
Bij besluiten van 14 mei 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Enschede bij [appellante A] en bij [appellante B] een dwangsom van € 6.000,00 ingevorderd. [appellante A] en appellante B] zijn de vennoten van [evenementenbedrijf], een bedrijf dat evenementen in heel Nederland organiseert. In twee afzonderlijke besluiten van 8 januari 2020 heeft het college aan [appellante A] en [appellante B] een last onder dwangsom opgelegd wegens overtreding van artikel 2:42, tweede lid, van de Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Enschede 2009. In deze besluiten worden [appellante A] en [appellante B] gelast om in de openbare ruimte binnen het grondgebied van de gemeente Enschede geen reclameobjecten meer te (laten) plaatsen zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de rechthebbende op een openbare plaats die in eigendom is van de gemeente dan wel op een gedeelte van een onroerende zaak die vanaf de weg zichtbaar is. [appellante A] en [appellante B] hebben geen bezwaar gemaakt tegen deze besluiten, zodat de besluiten onherroepelijk zijn geworden. [
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
