ECLI:NL:RVS:2025:754
Raad van State · 26-02-2025 · zaaknummer 202307102/1/A2
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 14 februari 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam de aanvraag van [appellant] om een urgentieverklaring afgewezen. [appellant] woonde ten tijde van de aanvraag met zijn twee dochters van 15 en 16 jaar oud in een eenkamerwoning van 41 m2. Hij heeft een urgentieverklaring aangevraagd, omdat de woning te klein is. Dit huisvestingsprobleem veroorzaakt stress bij [appellant] en de dochters hebben geen eigen plek waar zij zich kunnen terugtrekken. De woning heeft geen slaapkamers en daardoor moet [appellant] in dezelfde kamer als zijn dochters slapen. Hierdoor slaapt hij regelmatig in de berging of in zijn auto. [appellant] heeft om deze reden in 2020 ook al een urgentieverklaring aangevraagd. Deze aanvraag heeft het college afgewezen. De Afdeling heeft bij uitspraak van 8 maart 2023 (ECLI:NL:RVS:2023:921) deze afwijzing in stand gelaten.
Rechters
Advocaten
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
