ECLI:NL:RVS:2025:750
Raad van State · 26-02-2025 · zaaknummer 202401914/1/A2
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 24 maart 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag de aanvraag van [appellant] om een urgentieverklaring afgewezen. [appellant] woont sinds maart 2022 in een tweekamerwoning op de eerste verdieping aan de [locatie] in Den Haag. Hij heeft een urgentieverklaring aangevraagd op medische gronden omdat hij in deze woning, en met name zijn slaapkamer, veel geluidsoverlast ervaart. Vanwege zijn psychische problematiek is [appellant] extra gevoelig voor geluid en hij ervaart hiervan veel problemen. Het college heeft de aanvraag van [appellant] afgewezen omdat hij niet voldoet aan de voorwaarden van artikel 4:5, aanhef en onder b, g en m van de Huisvestingsverordening Den Haag 2019. Volgens het college is er geen urgent huisvestingsprobleem, wordt het onderliggende probleem niet opgelost met een verhuizing naar een andere woning en heeft [appellant] de drie maanden voorafgaand aan de aanvraag niet aantoonbaar gereageerd op het beschikbare woningaanbod.
Rechters
Advocaten
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
