ECLI:NL:RVS:2025:6164
Raad van State · 17-12-2025 · zaaknummer 202401854/1/A2
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 9 oktober 2021 heeft de Dienst Toeslagen de zorgtoeslag van [appellante] over 2020 vastgesteld op € 1.163,00 en € 87,00 teruggevorderd. Bij besluit van 27 december 2019 heeft de Dienst Toeslagen aan [appellante] een voorschot zorgtoeslag over 2020 verleend van € 1.250,00, uitgaande van een geschat inkomen van € 12.313,00. Op 26 mei 2021 heeft de Dienst Toeslagen een melding gekregen van de Basisregistratie Inkomensgegevens dat het inkomen van [appellante] in 2020 € 22.070,00 bedraagt. De Dienst Toeslagen heeft op basis hiervan de zorgtoeslag over 2020 definitief berekend en het teveel betaalde voorschot van € 87,00 teruggevorderd. Volgens de Dienst Toeslagen valt een kennelijke nabetaling die [appellante] heeft ontvangen in 2020 van de Sociale Verzekeringsbank op grond van de Algemene nabestaandenwet onder het toetsingsinkomen voor haar recht op zorgtoeslag. In de Wet op de zorgtoeslag is geen bepaling opgenomen op grond waarvan een dergelijke nabetaling buiten beschouwing kan worden gelaten.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
