ECLI:NL:RVS:2025:6154
Raad van State · 17-12-2025 · zaaknummer 202307055/1/A3
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 25 januari 2022 heeft de minister van Buitenlandse Zaken geweigerd de aanvraag van [vader] en [moeder] namens [appellant] voor een Nederlands paspoort in behandeling te nemen. [appellant] is geboren op [geboortedatum] 2004 in Amsterdam. Hij is de zoon van [vader] en [moeder]. Op 8 september 2021 hebben de ouders van [appellant] bij de Nederlandse ambassade in Teheran een aanvraag gedaan voor een Nederlands paspoort voor [appellant] die destijds minderjarig was. De minister heeft de aanvraag niet in behandeling genomen omdat de ouders ingevolge artikel 15, eerste lid, aanhef en onder c, van de Rijkswet op het Nederlanderschap het Nederlanderschap van rechtswege hebben verloren en daarom [appellant] op grond van artikel 16, eerste lid, aanhef en onder d, van de RWN ook. De vader van [appellant] heeft op 15 oktober 2019 het Nederlanderschap verloren omdat hij van 15 oktober 2009 tot en met 15 oktober 2019 onafgebroken hoofdverblijf heeft gehad in Iran. Gedurende deze periode was hij naast de Nederlandse nationaliteit tevens in het bezit van de Iraanse nationaliteit. De moeder heeft op 12 augustus 2020 het Nederlanderschap verloren omdat zij van 12 augustus 2010 tot en met 12 augustus 2020 onafgebroken hoofdverblijf heeft gehad in Iran. Gedurende deze periode was zij naast de Nederlandse nationaliteit ook in het bezit van de Iraanse nationaliteit.
Rechters
Advocaten
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
