ECLI:NL:RVS:2025:6012
Raad van State · 10-12-2025 · zaaknummer 202305090/1/A3
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 13 juli 2021 heeft de minister van Buitenlandse Zaken de voor [kind] ingediende aanvraag om een Nederlands paspoort buiten behandeling gesteld. [kind] is op [geboortedatum] 2006 geboren in [plaats] (Zwitserland) en verkreeg door geboorte het Nederlanderschap via haar moeder en de Zwitserse nationaliteit via haar vader. Sinds haar geboorte woont ze in Zwitserland. Op 27 april 2007 is voor het laatst een Nederlands paspoort aan haar verstrekt, dat geldig was tot 27 april 2012. Op 12 februari 2021 heeft [appellante], de moeder van [kind], een nieuw Nederlands paspoort aangevraagd voor [kind]. De minister heeft deze aanvraag niet in behandeling genomen omdat [appellante] gedurende een onafgebroken periode van tien jaar hoofdverblijf heeft gehad in Zwitserland en zowel de Zwitserse als de Nederlandse nationaliteit had. Daardoor is [appellante] op 2 september 2019 op grond van artikel 15, eerste lid, aanhef en onder c, van de Rijkswet op het Nederlanderschap, het Nederlanderschap van rechtswege verloren. [kind] is op die dag op grond van artikel 16, eerste lid, aanhef en onder d, van de RWN, ook haar Nederlanderschap van rechtswege verloren, omdat zij op dat moment minderjarig was.
Advocaten
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
