ECLI:NL:RVS:2025:5837
Raad van State · 03-12-2025 · zaaknummer 202405454/1/A2
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 31 mei 2023 heeft het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (hierna: het CBR) het rijbewijs van [appellant] vanaf 7 juni 2023 ongeldig verklaard. Het CBR heeft zich in het besluit van 8 augustus 2023 op het standpunt gesteld dat [appellant] het bezwaar buiten de termijn heeft ingediend en het bezwaar daarom niet-ontvankelijk verklaard. Nadat [appellant] tegen dat besluit beroep heeft ingesteld bij de rechtbank, heeft het CBR het besluit van 8 augustus 2023 ingetrokken, vastgesteld dat het bezwaarschrift geen gronden van bezwaar bevat en [appellant] bij brief van 26 september 2023 verzocht deze voor 10 oktober 2023 aan te leveren. Het CBR heeft deze termijn vervolgens verlengd tot 16 november 2023. Het CBR heeft in het besluit van 24 november 2023 vastgesteld dat [appellant] geen gronden heeft ingediend en het bezwaar opnieuw niet-ontvankelijk verklaard. [appellant] betoogt dat de rechtbank niet heeft onderkend dat het CBR, door na het instellen van beroep het oude besluit op bezwaar in te trekken en een nieuw te nemen, de bedoeling van artikel 6:19, eerste lid, van de Awb heeft doorkruist.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
