ECLI:NL:RVS:2025:550
Raad van State · 12-02-2025 · zaaknummer 202401701/1/A2, 202401703/1/A2, 202401708/1/A2 en 02401710/1/A2
Inhoudsindicatie
[appellante] heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank van 6 maart 2024, waarbij het door haar gedane verzet tegen de uitspraken van de rechtbank van 12 juli 2022 en 19 december 2022 niet-ontvankelijk is verklaard. [appellante] heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank van 6 maart 2024, waarbij het door haar gedane verzet tegen de uitspraak van de rechtbank van 2 oktober 2023 niet-ontvankelijk is verklaard. [appellante] heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank van 6 maart 2024, waarbij het door haar gedane verzet tegen de uitspraak van de rechtbank van 30 augustus 2022 niet-ontvankelijk is verklaard. [appellante] heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank van 6 maart 2024, waarbij het door haar gedane verzet tegen de uitspraak van de rechtbank van 9 november 2022 niet-ontvankelijk is verklaard. In de uitspraken van de rechtbank zijn de door [appellante] ingestelde beroepen niet-ontvankelijk verklaard, omdat [appellante] het griffierecht niet had betaald. De door [appellante] gedane verzetten zijn door de rechtbank niet-ontvankelijk verklaard wegens misbruik van recht.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
