ECLI:NL:RVS:2025:5333
Raad van State · 05-11-2025 · zaaknummer 202305167/1/R1
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 22 april 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Haarlemmermeer [appellante] onder oplegging van een dwangsom gelast om de overtredingen van de artikelen 2.1, eerste lid, aanhef, en onder a en c, en 2.3a, eerste lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht op het adres [locatie] te Zwanenburg te beëindigen en beëindigd te houden. [appellante] is eigenaar van het perceel. Op het perceel bevindt zich een gebouw, bestaande uit een hoofdgebouw, met daarin een zelfstandige woning, en verschillende aanbouwen, namelijk een voorheen als loods aangeduide ruimte die in gebruik is geweest als slachtplaats, een achter die ruimte gerealiseerde aanbouw, een voormalige winkelruimte en een tuinkamer. In het besluit wordt de voormalige winkelruimte aangeduid als ’ruimte A’, de voormalige loods en slachtplaats als ‘ruimte B’ en de daarachter gerealiseerde aanbouw als ‘ruimte C’. De tussen de voormalige loods en de hoofdwoning gerealiseerde tuinkamer wordt aangeduid als ‘ruimte T’. De rechtbank heeft geoordeeld dat sprake is van overtredingen waartegen het college handhavend kon optreden. De rechtbank heeft geen bijzondere omstandigheden aanwezig geacht op grond waarvan het college in dit geval had moeten afzien van handhaving.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
