ECLI:NL:RVS:2025:5317
Raad van State · 05-11-2025 · zaaknummer 202300595/1/A3
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 19 januari 2022 heeft de korpschef van politie de aanvraag van [appellant] om afgifte van een verklaring van betrouwbaarheid afgewezen. [appellant] heeft een aanvraag ingediend om afgifte van een verklaring van betrouwbaarheid als bedoeld in artikel 10, eerste lid, van de Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus, omdat hij wil werken als alarminstallateur. Bij besluit van 19 januari 2022 heeft de korpschef deze aanvraag afgewezen, omdat uit het Justitiëel Documentatiesysteem blijkt dat op 23 september 2021 een zaak tegen [appellant] is geseponeerd op de grond ‘door feiten of gevolgen getroffen’. [appellant] werd ervan verdacht tijdens zijn werkzaamheden als politieagent een bepaald bedrag aan contant geld voor eigen gebruik te hebben achtergehouden. In het JDS staat hierover vermeld dat [appellant] op 15 januari 2020 is aangehouden op verdenking van verduistering in persoonlijke dienstbetrekking. De korpschef heeft het bezwaar van [appellant] tegen het besluit van 19 januari 2022 bij besluit van 11 april 2022 ongegrond verklaard. [appellant] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat de korpschef de toestemming mocht weigeren.
Advocaten
- L. Wijma-Hemmes
- P.M.L. van der Schot
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
