ECLI:NL:RVS:2025:528
Raad van State · 12-02-2025 · zaaknummer 202401483/1/A2
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 8 december 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Arnhem de aanvraag van [appellante] om een noodurgentieverklaring afgewezen. [appellante] heeft een aanvraag om een noodurgentieverklaring ingediend vanwege haar woonsituatie, omdat die situatie volgens haar ongezond is voor haar, haar partner en haar kind. De studio waar zij wonen is te klein, er zijn vochtproblemen en er is geen aparte slaapkamer. Het college heeft aan de besluitvorming tot afwijzing van de aanvraag ten grondslag gelegd dat geen sprake is van een persoonlijke noodsituatie als bedoeld in artikel 10b, derde lid, van de Huisvestingsverordening gemeente Arnhem 2020. Voor zover wel sprake zou zijn van een persoonlijke noodsituatie, acht het college [appellante] zelf verantwoordelijk voor het ontstaan van deze noodsituatie. Tot slot ziet het college geen aanleiding voor het toepassen van de hardheidsclausule. [appellante] heeft in hoger beroep, onder verwijzing naar foto’s, betoogd dat zij zich in een persoonlijke noodsituatie bevindt.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
