ECLI:NL:RVS:2025:510
Raad van State · 12-02-2025 · zaaknummer 202305805/1/A2
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 29 oktober 2021 heeft het college een aanvraag van [appellant] om een urgentieverklaring afgewezen. Bij besluit van 20 januari 2022 heeft het college het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. [appellant] woont met haar meerderjarige zoon en kleindochter in Amsterdam en heeft een urgentieverklaring aangevraagd omdat zij vindt dat haar driekamerwoning te klein is. Haar kleindochter heeft wegens psychische problemen namelijk een aparte ruimte nodig om zich terug te trekken. Het college heeft de aanvraag afgewezen omdat geen sprake is van een urgent huisvestingsprobleem. Daarnaast voldoet het huishouden niet aan de bindingseis van vier jaar. Ook op grond van de hardheidsclausule kan aan [appellant] geen urgentieverklaring worden verleend. [appellant] voert in hoger beroep aan dat de rechtbank eraan voorbij is gegaan dat het college bij het nemen van het besluit onvoldoende rekening heeft gehouden met de sociale en medische aspecten van haar kleindochter en stelt dat sprake is van schending van internationaal recht.
Rechters
Advocaten
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
