ECLI:NL:RVS:2025:5092
Raad van State · 22-10-2025 · zaaknummer 202303036/1/A3
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 5 januari 2022 heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aan [appellante] een bestuurlijke boete opgelegd van € 31.500,00 voor een arbeidsongeval met een mes waarbij een werknemer van [appellante] letsel heeft opgelopen aan zijn onderarm. Volgens de minister heeft [appellante] het gevaar te worden getroffen of geraakt door voorwerpen, producten of onderdelen daarvan niet voorkomen of zoveel mogelijk beperkt. Hiermee heeft zij artikel 16, tiende lid, van de Arbeidsomstandighedenwet, in samenhang gelezen met artikel 3.17 van het Arbeidsomstandighedenbesluit, overtreden. De minister is in het besluit van 8 juli 2022 bij zijn standpunt gebleven en heeft het bezwaar van [appellante] ongegrond verklaard. De rechtbank heeft geoordeeld dat de minister op goede gronden het standpunt heeft ingenomen dat [appellante] niet heeft voldaan aan de voorwaarden die voortvloeien uit artikel 1, elfde lid, van de Beleidsregel boeteoplegging arbeidsomstandighedenwetgeving. De minister hoefde de boete daarom niet te matigen.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
